vectori_logo

06/07/2026

Stadsbouwmeesters Ben van der Meer en Michiel van Driessche presenteren essay over fabrieksmatig bouwen

 

 

Groningen staat voor een enorme woningbouwopgave, en de roep om snelle, fabrieksmatige oplossingen klinkt luider dan ooit. Maar bouwen we zo wel écht beter, of alleen maar sneller? Ben van der Meer heeft in zijn rol als Stadsbouwmeester van de gemeente Groningen, samen met co-stadsbouwmeester Michiel van Driessche, een essay geschreven. Een pleidooi waarin zij de balans opmaken tussen industrieel bouwen en de onmisbare ruimtelijke kwaliteit van onze stad.

 

 

 

Het debat over ‘conceptueel bouwen’ dreigt volgens de stadsbouwmeesters zelf een fabrieksmatig karakter te krijgen. Met het essay ‘Woningen uit de fabriek? Of niet?’ willen zij het gesprek van een nieuwe, vruchtbare impuls voorzien. Want hoewel de druk op de woningmarkt hoog is, mag dit nooit ten koste gaan van de leefbaarheid en het Groningse woongeluk.

 

Wij geloven in de kracht van de leefomgeving en in de waarde van ontwerpen met bezieling. De plekken die we maken, moeten onze blik verruimen en betekenis geven aan hoe mensen leven en samenwonen. Juist daarom raakt dit essay de kern van ons vak: hoe verbinden we de efficiëntie van de toekomst met de unieke identiteit en kwaliteit van de stad?

 

 

 

 

 

 

 

 

De stad als mal, niet het systeem

 

Een van de belangrijkste inzichten uit het essay is dat de term ‘conceptueel bouwen’ te vaak wordt gebruikt als een eenduidige, generieke oplossing die overal zomaar kan worden uitgerold. De praktijk is echter vele malen complexer. Volgens Ben en Michiel ontstaan de mooiste en meest duurzame projecten pas wanneer de context van de plek leidend is.

 

 

 

“Zolang we beginnen bij het bouwsysteem in plaats van bij de stad, bouwen we mogelijk sneller maar niet beter.”

 

 

 

Of het nu gaat om herstructurering in bestaande wijken of grootschalige nieuwe stadsuitbreidingen: de fysieke en sociale omgeving moet altijd het vertrekpunt zijn. Pas wanneer stedenbouwkunde, architectuur en het bouwsysteem vanaf dag één in samenhang worden ontworpen, ontstaat er werkelijke kwaliteit.

 

 

 

 

Zes principes voor ruimtelijke kwaliteit

 

Om de woningbouwopgave in Groningen écht naar een hoger niveau te tillen, introduceren de stadsbouwmeesters zes heldere principes in hun essay:

 

  1. Begin bij de stad, niet bij het systeem: Stedenbouwkundige parameters en kaders moeten in wisselwerking met de logica van de fabriek worden ontworpen.

  2. Ontwerp stedenbouw en fabriek tegelijk: Haal de stedenbouwkundige, architect, ingenieur en bouwer vanaf het allereerste moment samen naar de ontwerptafel.

  3. Werk altijd in integrale teams: Samenwerking vanaf de start zorgt ervoor dat de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde op elk schaalniveau worden bewaakt.

  4. Behoud hybride bouw als kwaliteitstool: Combineer fabrieksmatige basiselementen met traditionele ingrepen of innovatieve gevelsystemen voor meer karakter en architectonische vrijheid.

  5. Veranker ontwerpkwaliteit in de opdracht: Ontwerpkosten zijn geen sluitpost, maar een cruciale investering in de kwaliteit en de doorontwikkeling van goede systemen.

  6. Geef de volkshuisvesting en corporaties haar sturende rol terug: Maak woningbouwcorporaties tot structurele partners met meerjarige programma’s aan de ontwerptafel.

 

 

 

Benieuwd naar het volledige essay?

 

 

We zijn ontzettend trots op de inhoudelijke bijdrage die Ben vanuit zijn onafhankelijke rol levert aan de toekomst van de Groningse stadsontwikkeling. Het essay is geformuleerd als een inspirerende handreiking voor iedereen die betrokken is bij de bouwketen – van corporaties en ontwikkelaars tot ontwerpers en bestuurders. Hopelijk daagt het velen uit om met een frisse, integrale blik naar onze gebouwde omgeving te kijken, zodat we samen kunnen blijven bouwen aan plekken die er écht toe doen.

 

 

Bekijk hier het volledige essay